Dossier Mexicaanse griep: Pandemie of vals alarm?

Momenteel regeert de angst dat de Mexicaanse griep (buiten Nederland vaak varkensgriep genoemd), alleen al in Groot-Brittannië 750.000 mensenlevens zal kosten. Maar herinneren die paniekberichten niet erg aan die rond de vogelgriep en SARS? Kortom, hoe serieus moeten we de waarschuwing voor een wereldwijde pandemie eigenlijk nemen?

De angst voor de Mexicaanse griep had de wereld even in haar greep. Deskundigen waarschuwden dat miljoenen van ons zouden kunnen sterven aan het H1N1 virus dat over de wereld rondwaart. In Engeland alleen al voorspelde de regering 750.000 doden, terwijl nog eens 1,2 miljoen Britten ernstige symptomen zouden ontwikkelen.
Deze jongste gezondheidspaniek valt bijna exact samen met het moment waarop de uiterste houdbaarheidsdatum van de enorme voorraden Tamiflu verloopt die zijn aangeschaft ten tijde van de vogelgriep (veroorzaakt door het virus H5N1, een variant van influenza-A), nog zo’n epidemie die nooit heeft plaatsgevonden. Zonder de recente griepangst zouden miljarden dollars aan Tamiflu vernietigd moeten worden.

In dat geval hebben de bewakers van de volksgezondheid in deze krappe tijden wel wat uit te leggen! Maar nu kunnen deze gezondheidsinstanties zeggen dat ze goed voorbereid zijn op een eventuele pandemie van de Mexicaanse griep – die misschien ook nooit plaatsvindt – en kunnen ze de Tamifluvoorraden uitreiken aan schoolkinderen, reizigers en mensen op sleutelposities.
Alleen al de Verenigde Staten en Groot-Brittannië hebben meer dan drie miljard dollar aan Tamiflu in voorraad, en Nederland waarschijnlijk voor ruim veertig miljoen euro, die nog slechts een paar maanden houdbaar is.

Vrijwel ieder ontwikkeld land heeft aanzienlijke hoeveelheden hiervan aangeschaft tijdens de vogelgriephysterie in 2005. De Amerikaanse regering heeft na afkondiging van de noodtoestand 12 miljoen van de voorraad van 20 miljoen doses verspreid in gebieden waar de Mexicaanse griep is geconstateerd.
Besmetting met de Mexicaanse griep heeft zich altijd al voorgedaan, alleen niet op de huidige schaal. Vanaf 2005 tot aan de uitbraak in februari 2009 waren er 12 gevallen in de VS gerapporteerd1.

Deskundigen veronderstellen dat de recente uitbraak is veroorzaakt door een nieuwe variant van het influenza-A-virus, het H1N1 virus. Niemand weet waar deze mutatie vandaan komt maar boze tongen beweren dat de Indonesische minister van volksgezondheid Siti Fadilah Supari gelijk had: hij suggereerde dat die uit het laboratorium komt.
‘Ik weet niet of het virus een genetische manipulatie is, maar ik sluit het niet uit’, zei hij tegen verslaggevers2.
Wat de herkomst van het virus ook is, het lijkt voor het eerst op 18 maart 2009 te zijn gesignaleerd in Mexico. De autoriteiten daar werden er overigens pas op geattendeerd toen op 21 april twee gevallen van deze griep waren geconstateerd in Californië.

De Mexicaanse gezondheidsinstanties bevestigden drie dagen later dat het nieuwe virus ontdekt was bij patiënten die aan een griep leden die zich over het hele land begon te verspreiden.
Terwijl de hele wereld de schuld geeft aan Mexico voor deze griepuitbraak, geven de Mexicanen zelf de schuld aan de onhygiënische omstandigheden op een plaatselijke varkensboerderij. Meerdere kranten verwijzen naar de fabrieken van Smithfield Foods, de grootste verwerker van varkensvlees in het land.

Mexicaanse kranten berichten over de bezorgdheid van de inwoners van Perute in de Mexicaanse staat Veracruz waar de uitbraak waarschijnlijk is begonnen. Zij vrezen dat de plaatselijke varkensfokkerij de lucht en de watervoorraden heeft vervuild. Een gemeentelijke gezondheidsambtenaar ondersteunt deze mening en zegt dat de oorzaak kan liggen bij de vliegen die op varkensvleesafval gaan zitten.

Weinig doden
Gezondheidsautoriteiten en epidemiologen verwachten al langere tijd een pandemie die miljoenen mensenlevens zou kunnen eisen. Het is dan ook niet vreemd dat de uitbraak van een nieuwe griep angstige reacties oproept.

Verwachtingen van 750.000 doden alleen al in Groot Brittannië werden direct uitgesproken en de media noemden al snel het getal van 159 doden in Mexico.
Maar waar zijn die cijfers op gebaseerd? Slechts twee instanties hebben echt zicht op de situatie: het Mexicaanse ministerie van volksgezondheid en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). En die noemden op dat moment steeds een getal van zeven overledenen bij wie het H1N1 virus ondubbelzinnig was vastgesteld.

De Mexicaanse minister van volksgezondheid Jose Angel Cordova heeft op 28 april zeven sterfgevallen aan de varkensgriep bevestigd en dat getal is gelijk aan wat Vivienne Allan van het patientveiligheidsprogramma van de WHO noemde. ‘Helaas is de informatie van de pers (die meer dan 150 slachtoffers vermeldde) incorrect en die cijfers zijn niet van ons afkomstig. Het aantal sterfgevallen is zeven en die vonden allemaal plaats in Mexico’, aldus Allen destijds.
De Britse gezondheidsminister Alan Johnson negeerde al even graag de officiële Mexicaanse en WHO-cijfers toen hij op 28 april het Lagerhuis toesprak. Bij die gelegenheid sprak hij over 89 doden in Mexico, al waren slechts 18 daarvan officieel bevestigd. Maar zelfs dit aantal was nog tweemaal zo hoog als in werkelijkheid. Johnson memoreerde dat de symptomen van de griep ‘mild’ waren en dat in Engeland alle patiënten ‘volledig waren hersteld’.
Ondanks zijn verklaring werd de dag erna zijn eigen departement geciteerd in een bericht dat 750.000 mensen in Groot Brittannië aan de Mexicaanse griep zouden kunnen sterven, ook al waren de symptomen mild. In feite had het ministerie deze berekening al in november 2007 gemaakt, toen iedereen in de greep was van de angst voor een pandemie van de vogelgriep – ruim 18 maanden vóórdat het eerste geval van de Mexicaanse griep werd vastgesteld. In het rapport Influenzapandemie: piekcapaciteit en prioriteitstelling in de gezondheidszorg – een leidraad voor professionals werd beroepsbeoefenaars voorgerekend wat de invloed van het slechtst denkbare scenario zou zijn van een uiterst besmettelijke en kwaadaardige griep.
Deze cijfers werden in 2005 aanvankelijk genoemd door de hoogste Britse gezondheidsautoriteit Sir Liam Donaldson toen hij de effecten van een vogelgrieppandemie voorspelde. In de VS voorspelde president George W. Bush toentertijd dat twee miljoen Amerikanen zouden overlijden.

Angst en nog eens angst
Epidemiologen zijn ervan overtuigd dat het menselijk ras een kwaadaardige pandemie boven het hoofd hangt die miljoenen mensenlevens zal eisen, net als bij de uitbraak van de Spaanse griep in 1918. Volgens een recent rekenmodel van Christopher Murray en zijn collega’s van het Harvard Initiative for Global Health aan de Harvard Universiteit in het Amerikaanse Cambridge zouden 62 miljoen mensen sterven aan de eerstvolgende wereldwijde grieppandemie. Hij baseerde dit op gegevens van de Spaanse grieppandemie uit 19183.
De virologen Robert Webster en Elizabeth Walker schreven in 2003 een artikel getiteld The world is teetering on the edge of a pandemic that could kill a large fraction of the human population (‘De wereld balanceert op de rand van een pandemie die een groot gedeelte van de mensheid zou kunnen wegvagen’)4.

Voor een deel baseerden zij hun voorspelling op een patroon dat zich in de laatste 300 jaar heeft afgetekend. Vanwege hun vaste overtuiging dat er een pandemie dreigt, zien epidemiologen en gezondheidsautoriteiten in iedere besmettelijke griep The next big one.
In 1976 kondigden gezondheidsfunctionarissen in de Verenigde Staten aan dat een miljoen medeburgers zouden sterven aan de varkensgriep – maar daar zaten ze een cijfer 999.999 naast. Er viel namelijk maar één slachtoffer, een jonge militair. In 2003 werd ons verteld dat SARS (Severe Acute Respiratory Syndrome – hetgeen wil zeggen Ernstig Acuut Ademhalingssyndroom) miljoenen levens zou kosten.

Toch staat ook hier de teller slechts op 251. Twee jaar later, op 29 september 2005, werden we in een persconferentie van de Verenigde Naties gewaarschuwd voor de vogelgriep – officieel bekend als het influenza-A-virus H5N1 – die 150 miljoen mensenlevens zou kunnen eisen. Volgens de WHO-cijfers van april 2008 heeft deze griep aan 257 mensen het leven gekost en zijn wereldwijd officieel 421 H5N1-infecties vastgesteld.

Epidemiologen houden rekening met vier grote grieppandemieën per eeuw. Er was een ernstige uitbraak in de twintigste eeuw in 1919, toen de Spaanse griep (H1N1) ongeveer 40 miljoen slachtoffers eiste – hoewel het ware aantal volgens de modernste rekenmethoden wel eens op 100 miljoen zou kunnen liggen. In 1957 heerste de Aziatische griep (H2N2) die naar schatting een miljoen mensenlevens kostte en meer recent, in 1968, de Hong Kong griep (H3N2) met een mortaliteit in dezelfde orde van grootte.
Daarbij moet men wel bedenken dat de jaarlijkse gewone seizoensgriep ieder jaar 500.000 doden eist. Een uitbraak wordt pas ‘pandemie’ genoemd als mensen in meerdere landen en regio’s door dezelfde virusstam worden besmet.
De WHO had becijferd dat de eerstvolgende pandemie in 2005 zou plaatsvinden; dat is de reden voor de paniek bij de vogelgriep. Maar dát er een pandemie aankomt staat volgens hen buiten kijf. Uiteraard is het niet zo dat we onbezorgd achterover moeten leunen, maar welke bewijzen worden nu precies aangevoerd voor de opvatting dat er elke eeuw vier pandemieën optreden?
De uitbraak van de Spaanse Griep werd wel vergeleken met de Zwarte Dood (de pest). Hij is zelfs ooit beschreven als de ‘grootste medische holocaust aller tijden’. Maar deze griep trad op vlak na de Eerste Wereldoorlog en de algemene gezondheid en de sanitaire voorzieningen waren op dat moment niet bepaald optimaal. Ter vergelijking: de uitbraak van de Aziatische griep, die negenentwintig jaar eerder plaatsvond in 1889, eiste het relatief geringe aantal van een miljoen levens.

En ook de twee pandemieën die recenter optraden, kostten vooral levens onder ouderen en armen, dus kwetsbaardere mensen. Volgens de epidemiologen zijn dat dan ook de groepen die het hardst getroffen zouden worden door een nieuwe uitbraak, met name in de ontwikkelingslanden.

Hieruit volgt dat er een correlatie bestaat tussen de voedingsstatus, gezondheid en goede sanitaire hygiëne enerzijds, en de virulentie van een griepvirus anderzijds. Historisch gezien echter betekent het, aangezien de voedings- en sanitaire voorzieningen momenteel aantoonbaar van betere kwaliteit zijn dan ooit, dat de vraag zich opdringt of de epidemiologen er niet naast zouden kunnen zitten omdat ze bij hun berekeningen geen rekening houden met deze, zogeheten ‘confounding’ factor (een factor die de resultaten van een statistische berekening aanmerkelijk beïnvloedt).

Geen vaccin, geen probleem
Voor een griepvirus is de enige mogelijke remedie een vaccin. Voor het Mexicaanse griepvirus is dat nog in de maak en dat proces duurt minstens een half jaar. Desondanks varen de farmaceutische bedrijven, en met name de makers van antivirale middelen, zeer wel bij de recente paniek.

In de week dat de alarmberichten rond de Mexicaanse griep hun hoogtepunt bereikten, steeg de prijs van een aandeel GlaxoSmithKline, de fabrikant van Relenza, op de beurs met 64 eurocent, waarmee het bedrijf 1,3 miljard pond (1,5 miljard euro) rijker werd. Ook Tamiflu-producent Roche zag zijn aandelen stijgen met 9 cent waardoor het bedrijf 3,4 miljard Zwitserse francs (ruim 2 miljard euro) meer waard werd.
In de laatste vier decennia heeft de geneesmiddelenindustrie vier antivirale middelen geproduceerd tegen de ernstigste gevolgen van griep.

Amantadine werd in 1966 gemaakt en werd opgevolgd door rimantadine in 1993. Momenteel verlaten artsen zich op Relenza (zanamivir) en Tamiflu (oseltamivir). Beide zijn in 1999 toegelaten door de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit de Food and Drug Administration (FDA).
De snelle sprongen in beurswaarde zijn wellicht wat verrassend, aangezien de middelen niet meer doen dan de symptomen wat verlichten zodat de patiënt zich beter voelt. Nog verbazender is dat, ondanks de beperkte voordelen, Tamiflu door de meeste ontwikkelde landen werd aangeschaft tijdens de paniek rond de vogelgriep ook al werkt het noch tegen de vogelgriepvirusstam H5N1 noch tegen de varkensgriepvirusstam H1N1 (het Mexicaanse griepvirus).

Roche maakt ook helemaal geen geheim van de beperkte toepassing van Tamiflu en communiceert duidelijk dat het de duur van de griepsymptomen met een dag bekort mits toegediend binnen 48 uur vanaf het ontstaan van de eerste symptomen. Ook dat de virussen resistentie ontwikkelen tegen deze antivirale middelen is duidelijk aangetoond in onderzoeken onder mensen met griep5,6.

Al zijn ze dan niet effectief, in elk geval wordt van de antivirale middelen aangenomen dat ze relatief veilig zijn of, in farma-taal, ‘goed verdragen worden’. Maar dat was bepaald niet de ervaring in Japan, dat als een van de eerste landen Tamiflu inzette tegen de vogelgriep.

De Japanse gezondheidsautoriteiten rapporteerden acht sterfgevallen in samenhang met dit middel tijdens de paniek rond de vogelgriep. Alle slachtoffers waren twee tot zeventien jaar oud, aldus dr. Rokuro Hama, hoofd van het Japanse non-profit Institute for Pharmacovigilance (geneesmiddelencontrole) in Osaka. Van twee van de jongens die slachtoffer werden, werd gemeld dat ze zich vreemd waren gaan gedragen na gebruik van het middel.

Een soortgelijke reactie vertoonden twee jongeren die, in beide gevallen, slechts één tablet Tamiflu hadden gehad. De ene was een 14-jarige jongen die in 2005 van de negende verdieping van een appartementencomplex viel of sprong en de andere, een jaar eerder, een 17-jarige jongen die zich voor een vrachtwagen wierp nadat hij het middel had genomen7. Volgens de patiënteninformatie die de FDA over het middel maakte (12 december 2006) zijn de meer voorkomende bijwerkingen van het middel misselijkheid, braken, diarree, bronchitis, maagpijn, duizeligheid en hoofdpijn.
Net als voor veel medicijnen geldt voor Tamiflu dat de veiligheid bij therapeutisch gebruik nooit is vastgesteld voor mensen jonger dan 18 jaar, noch als preventief middel onder 13-jarigen. In 2003 vaardigde de FDA wel de waarschuwing uit dat het middel niet aan kinderen jonger dan een jaar mocht worden gegeven, omdat er een bijwerking was die voor hen dodelijk kon zijn.

De artsen hopen nu dat het recente Mexicaanse griepvirus gevoelig is voor Tamiflu en Relenza, maar tot ontsteltenis van de virologen moesten die vaststellen dat zelfs het ‘gewone’ H1N1-virus reeds in het afgelopen griepseizoen spontaan een bijna totale resistentie bleek te hebben ontwikkeld tegen Tamiflu8.

Slechts één prik
Elk jaar produceren de geneesmiddelfabrikanten een vaccin tegen het griepvirus van dat seizoen op geleide van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die een lijst maakt van de griepvirussen die waarschijnlijk het komende jaar zullen optreden. Voor 2009 heeft de WHO bijvoorbeeld aanbevolen vaccins te produceren tegen het influenza-A-virus H3N2 en tegen het H1N1-virus. Een gemuteerde stam van dit laatste veroorzaakt momenteel de Mexicaanse griep.
Zowel de National Health Service in Engeland, de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) in Amerika en de GGD’s in Nederland communiceren dat de griepprik nauwelijks of geen bijwerkingen heeft, hooguit zeer zwakke griepverschijnselen. Maar het vaccin dat in 1976 gemaakt is om de verwachte uitbraak van varkensgriep in Amerika destijds tegen te gaan, was allesbehalve goedaardig.

Op aanraden van zijn adviseurs op het gebied van de volksgezondheid liet de toenmalige president Gerald Ford een massaal inentingsprogramma uitvoeren dat 135 miljoen dollar kostte, met de ambitieuze doelstelling om ‘elke man, vrouw en elk kind in Amerika immuun te maken’: 220 miljoen mensen in totaal.
Na twee maanden reeds werd het programma gestaakt, toen artsen eindelijk ontdekten dat het vaccin gevaarlijk was. Tegen die tijd waren er al 40 miljoen Amerikanen ingeënt. Meer dan 500 mensen die de prik hadden gekregen, hadden een zenuwziekte gekregen met verlammingsverschijnselen, genaamd het Guillan-Barré-syndroom.

Meer dan 30 mensen overleden eraan. Vervolgens moest de Amerikaanse regering 93 miljoen dollar aan schadevergoeding betalen voor de slachtoffers en nabestaanden van slachtoffers, omdat de fabrikanten van het vaccin vanaf het begin hadden geweigerd aansprakelijkheid op zich te nemen voor enige negatieve bijwerkingen.

De fabrikanten van vaccins moeten voortdurend mikken op een bewegend doelwit. Elk jaar is de griepprik weer een ‘zo goed mogelijk berekende gok’, aangezien de vorm van de antigenen van een griepvirus constant veranderen (‘antigene shift’) zodat het immuunsysteem van de gastheren (geïnfecteerde mensen/dieren) steeds ontdoken wordt. Een griepvirus kan wel een miljoen keer zo vaak muteren als een DNA-virus9.

Daardoor is het vrijwel onmogelijk elk jaar een vaccin te maken dat exact aansluit op een griepvirus. De jaarlijkse griepprik loopt vaak al een jaar achter tegen de tijd dat hij voor de algemene bevolking gebruikt wordt. Een ander probleem daarbij is de snelheid waarmee het vaccin geproduceerd kan worden. Er zijn wereldwijd maar 19 landen met de faciliteiten voor productie van griepvaccins. Volgens schattingen van de WHO kunnen er maar 750 miljoen doses per jaar gemaakt worden. Dat is niet genoeg voor iedereen, vooral niet als besloten wordt dat de meest kwetsbare groepen twee prikken per persoon nodig hebben.
De meeste fabrikanten kweken hun virussen nog steeds in kippeneieren en dat is een tijdrovend proces. Het farmaceutische bedrijf Baxter International is daarom een radicaal vernieuwende productietechniek aan het uitproberen. In plaats van te kweken in kippeneieren gebruikt Baxter het daadwerkelijke virus zelf zonder het te hoeven aanpassen. Met die methode maakt het bedrijf zijn eigen vogelgriepvaccin, genaamd Celvapan. Vorig jaar is dat vaccin door de eerste twee fases van de verplichte veiligheidsonderzoeken gekomen en kondigde Baxter aan dat ‘Celvapan door een combinatie van innovatief onderzoek en een doorbraak in productietechnologie mensen zal kunnen beschermen tegen een pandemische infectie met het H5N1-virus (vogelgriep)’10.

Begin van dit jaar werd Baxter bijna zelf de bron van een grote vogelgrieppandemie doordat een deel van de levende virussen waar dit bedrijf mee werkt, terecht was gekomen in een partij vaccins tegen seizoensgriep, die onder 18 Europese bedrijven gedistribueerd zou worden11.

Als de besmette partij niet net op tijd ontdekt was, dan was het vogelgriepvirus bijna zeker op het menselijke ras overgegaan in de vorm van een ziekte overdraagbaar van mens op mens. Dan zouden de pessimistische voorspellingen van de epidemiologen op die manier eindelijk bewaarheid zijn.
Intussen heeft Baxter een monster opgevraagd van het recente Mexicaanse-griepvirus12.

Wie profiteert?
Er zijn vele groepen die baat hebben bij een pandemisch alarm. Geneesmiddelfabrikanten varen altijd wel bij een gezondheidsepidemie, of die nu werkelijk of ingebeeld is. De fabrikanten van antivirale middelen hebben hun aandelen inmiddels flink zien stijgen. Gezondheidsautoriteiten zijn er blij mee dat ze hun voorraden antivirale middelen kunnen gebruiken, die ze nog hebben van voorgaande alarmperiodes. Bovendien scheelt het ze in het gezichtsverlies dat ze geleden hebben door de vorige keer zo hard van stapel te lopen.

Ook de media profiteren van de paniek, want door alarmberichten verkopen de kranten beter. En misschien vinden we het zelf ook wel leuk om af en toe bang gemaakt worden, althans een beetje.
Maar er is geen biologische ondersteuning of noodzaak voor een cyclisch optreden van pandemieën.

Een virusuitbraak wordt niet door een ongecontroleerde blinde kracht aangedreven. Integendeel: wijzelf, de algemene bevolking, hebben een behoorlijk grote invloed op het al dan niet optreden van een volgende pandemie. Maar hoe we dat dan kunnen voorkomen, door betere hygiëne en voeding, is verbazend genoeg het enige waar we maar mondjesmaat over geïnformeerd worden door onze gezondheidsbewakers en geneesmiddelmakers.
Bryan Hubbard

1 Lancet, 2009; 373: 1495
2 Agence France-Presse, April 28, 2009; www.blogcatalog.com/topic/agence+france+presse+supari/
3 Lancet, 2006; 368: 2211-2218
4 Am Sci, 2003; 91: 122; doi 10.1511/2003.2.122
5 Lancet, 2000; 355: 827-835
6 J Infect Chemother, 2003; 9: 195-200
7 www.voanews.com
8 New Sci, 29 april 2009; www.newscientist.com/article/dn8509-new-tamifluresistant-birdflu-cases-stir-fears.html
9 Vaccine, 2002; 20: 3068-3087
10 N Engl J Med, 2008; 358: 2573-2584
11 Toronto Sun, 27 februari 2009; www.torontosun.com/news/canada/2009/02/27/8560781.html
12 Bloomberg News, 26 april 2009; www.bloomberg.com/apps/news?pid=20601087&sid=aD0VK0_oNmw4&refer=home

Word geen slachtoffer
Naast de waarschuwingen voor een dreigende pandemie van de Mexicaanse griep zou wat meer informatie welkom zijn over de manier waarop we ons hiertegen kunnen beschermen.
In de informatie die we daarover van de overheid krijgen staat weinig tot niets over voeding of hygiëne, alleen het advies om altijd in een zakdoek te niezen. De voorlichtingsboodschap van deskundigen komt voornamelijk hierop neer dat regelmatig je handen wassen en altijd in een zakdoek niezen de beste bescherming biedt voor jezelf en je omgeving. (Inmiddels zou overigens ontdekt zijn dat het H1N1 virus zich verspreidt door de lucht en niet zozeer via lichamelijk contact.)

Zoals we in de statistieken van eerdere epidemieën kunnen zien spelen een gezond immuunsysteem en goede openbare hygiëne een sleutelrol bij de schade die een griepvirus per saldo aanricht. Zo moet onze voeding zeker vitamine A bevatten, want dat is van het grootste belang voor een gezond immuunsysteem.

Behalve in supplementen (meestal in de vorm van bètacaroteen) zit dit in levertraan, vette vis, kaas, volle melk en eieren.
Heel belangrijk zijn ook de andere anti-oxidante vitaminen: C en E. De laatste kan de gevoeligheid voor infecties verminderen.
Verder is zink een natuurlijk antiviraal middel. Zinkbevattende gel bleek in één onderzoek de duur van een verkoudheid te bekorten1.
1 Ear Nose Throat J, 2000; 79: 778-780

Een Chinees paardenmiddel
Nederland beschikt over een voorraad Tamiflu van 4,5 miljoen doses, ingekocht tijdens de vogelgriepepidemie. In geval van een grieppandemie zal dit middel via de apotheken gratis aan de bevolking worden verstrekt, waarschijnlijk allereerst aan de meest kwetsbare groepen. De Chinese gezondheidsautoriteiten echter bevelen hun landgenoten aan, steranijs te kopen (Illicium verum). Dat is een belangrijk ingrediënt van Chinese voeding, maar tevens een natuurlijk antiviraal middel.
Steranijs is een kruid dat als smaakmaker wordt gebruikt. Het is een van de grondstoffen van Tamiflu en werd door de Chinezen tevens gebruikt tijdens de paniek rond de vogelgriep in 2005.
Maar net als voor Tamiflu geldt voor steranijs, dat het ernstige bijwerkingen kan hebben met name bij zeer jonge kinderen. In 2000 moesten 23 baby’s van drie maanden en jonger worden opgenomen in het ziekenhuis vanwege ernstige maagdarm- en neurologische verschijnselen nadat ze een aftreksel van steranijs hadden gekregen1.

In Nederland moesten enkele jaren geleden 63 mensen behandeld worden voor malaise, braken en misselijkheid kort na het drinken van een kruidenthee met steranijs2.
1 An Esp Pediatr, 2002; 57: 290-294
2 Ned Tijdschr Geneeskd, 2002; 146: 813-816

Natuurlijke antivirusmiddelen
Wie de pech heeft griep te krijgen, kan een aantal alternatieve remedies uitproberen in plaats van Tamiflu.
• Vitamine C in hoge dosering is een effectieve bestrijder van griepvirussen1, evenals (in normale dosering) vitamine A, lysine en ultraviolet-therapie2.
• Vlierbes is ook een effectief antivirusmiddel. Bij een onderzoek met 60 grieppatiënten die ofwel 15 ml vlierbesextract kregen ofwel een placebo, viermaal daags gedurende vijf dagen, meldde de vlierbesgroep vier dagen eerder dat de symptomen over waren dan de placebogroep3.
• De vaste kruidenplant karmozijnbes (phytolacca americana) kan het immuunsysteem stimuleren en is met name effectief tegen griepvirussen4, al moet het niet langdurig gebruikt worden omdat het dan giftig is.

1 J Appl Nutr, 1971; 23: 61-68
2 Int J Biosocial Med Res, 1996; 14: 115-132
3J Int Med Res, 2004; 32: 132-140
4 Antimicrob Agents Chemother, 1980; 17: 1032-1033

Bron: Ode Magazine

Lees ook:Voldoende Tamiflu voor griepseizoen
Lees ook:H5N1 dodelijk in Indonesië, H1N1 dodelijk in Nederlands-Indië
Lees ook:Virusremmers
Lees ook:Antivirale middelen bij griep spaarzaam gebruiken
Lees ook:Mexicaanse griep vastgesteld bij 3-jarig kind in Nederland

Eén reactie op “Dossier Mexicaanse griep: Pandemie of vals alarm?

  1. Harm Kiezebrink

    Moet de pandemie serieus genomen worden of is er sprake van overdreven berichtgeving over de mogelijke gevaren voor de samenleving. Een lastig onderwerp voor zowel deskundigen als voor de rest van de samenleving. Het is niet echt ‘doorzichtig’ wat er gaande is in de wereld en de omstandigheden rondom de gezondheid zijn belangrijk genoeg om bijzonder alert te zijn en te blijven. Alle reden om kritische vraagtekens te plaatsen bij wat er gaande is. Het is niet mijn intentie om het verhaal onderuit te halen, ik baseer mijn mening op basis van mijn eigen interpretatie van de huidige situatie.
    Epidemiologie
    Allereerst is epidemiologie gebaseerd op feiten. De uitkomsten van epidemiologisch onderzoek zijn gebaseerd op geconformeerde gevallen, onderzocht en bevestigd door een referentie laboratorium. De capaciteit van referentie laboratoria is beperkt, dus als er heel veel onderzoek wordt gedaan naar mogelijke gevallen (in dit geval van de varkensgriep) kan dit leiden tot overbelasting van de onderzoek centra. Overbelasting leidt ertoe dat niet elk bloedmonster onderzocht kan worden. Daarmee wordt het bijzonder lastig om het aantal gevallen op basis van harde bewijzen vast te stellen en op dat moment begint het gladde ijs. Als de grenzen bereikt worden wat op basis van de capaciteit vastgesteld kan worden kun je met de beste wil van de wereld niet met zekerheid vaststellen hoeveel mensen er daadwerkelijk besmet zijn. Veel gevallen kunnen simpelweg niet onderzocht worden en het grote ‘wetenschappelijk voorspellen’ kan beginnen. Realiseer dat het om een wereldwijd verspreid virus gaat en de laboratoria capaciteiten in veel ontwikkelingslanden bijzonder beperkt (en in sommige situaties niet aanwezig) is en je begrijpt hoe moeilijk het is om een reëel beeld te geven over de verspreiding op wereldschaal. Mijn advies is om schattingen te baseren op de cijfers die verzameld worden door de WHO. Niet op de mening van deskundigen die een wetenschappelijke voorspelling op basis van extrapolatie van mogelijke scenario’s publiceren. Een melding dat er 750.000 mensen in Groot Brittannië zullen sterven schept enorm veel verwarring, omdat er niet vermeld wordt over welk tijdsbestand deze mensen zullen sterven. Bovendien worden de mogelijke dempende werking van vaccinatie programma’s niet in dit soort berekeningen meegenomen. Wat er overblijft zijn grote koppen in de kranten en een hele samenleving die op tilt slaat. De pandemie is in Europa pas net uit de startblokken gekomen en als dan blijkt dat de duizenden doden niet gelijk in de eerste maand vallen, dan wordt direct het tegendeel beweerd, namelijk dat de pandemie verzonnen is, gebaseerd op een samenzwering tussen de medische industrie en corrupte politici. De pandemie wordt simpelweg afgedaan als een opgeklopt verhaal, net als SARS en de vogelpest. Ik denk dat dit een gevaarlijke onderschatting is van wat er werkelijk gaande is. Uitbraken van dierziekten en haar gevolgen kunnen niet simpel op een hoop geschoven worden. SARS bij voorbeeld veel gevaarlijker voor de mens dan varkens- en vogelgriep en vonden de eerste uitbraken plaats in zeer dicht bevolkte steden zoals Hongkong en Beijing en de gevolgen zin met name daar zichtbaar geworden, niet bij ons. En als we ‘bij ons’ definiëren als binnen Europa, dan heeft de pandemie volgens de gezondheidscriteria van de WHO ‘ons’ inmiddels bereikt.
    Rol van deskundigen
    Of we nu willen of niet, we moeten gaan op de mening deskundigen en ik vertrouw in dit geval op de WHO. Zij hebben onafhankelijke deskundigen in het grootste deel van de wereld en zijn niet politiek beïnvloed. Kijk bijvoorbeeld naar de rol van de WHO in het bekend maken van de uitbraak van SARS in Beijing: onafhankelijk, zeer deskundig, accuraat en in weerwil van de toenmalige Chinese overheid. Het was overigens een Nederlander die als hoofd van de WHO in China die een hoofdrol heeft gespeeld in deze situatie.
    Een tweede belangrijke factor is dat het om een vakgebied gaat waar heel veel deskundigen werkzaam zijn. Omdat het beeld van de verspreiding gebaseerd is op schattingen, is het logisch dat niet alle deskundigen eensgezind zijn in hun mening over de pandemie, hoe het zich verspreid en de effectiviteit van de maatregelen om de verspreiding onder controle te brengen. Neem bijvoorbeeld de effectiviteit van vaccinatie. Er zijn in het verleden simpelweg te vaak zaken verschrikkelijk fout gelopen. De gevallen beschreven zijn goede voorbeelden. Vaak worden tegenstanders van een bepaalde maatregel door de overige deskundigen afgeschilderd als controversieel, in veel gevallen ten onrechte. Ze baseren hun wetenschappelijke mening op een bepaald aspect dat ze onderzocht hebben en dat in tegenspraak is met de mening van anderen. Het gevaar is echter dat meningen tegenover elkaar gesteld worden. Het gevaar ontstaat dat met grote stelligheid appels met peren worden vergeleken. Als er een deskundige onderzoek heeft gedaan naar de bijwerkingen van vaccinatie van kinderen, dan wordt dit een-op-een gelijk getrokken met andersoortige vaccinatie programma’s. Dat lijkt mij niet geheel correct. Je kunt niet simpelweg verschillende programma’s over een kan scheren. Er zijn in de wereld meer voorbeelden van vaccinatie programma’s die hun nut en noodzaak meer dan bewezen hebben. Dit in tegenstelling tot onderzochte gevallen waarbij is vast komen te staan dat het mis is gegaan. Elk vaccinatie programma dient zeer kritisch gevolgd worden, of het nu gaat om vaccinatie programma’s tegen polio in ontwikkelingslanden, de inzet van nieuwe vaccins tegen de huidige varkensgriep of een toekomstig programma tegen AIDS/HIV om een paar van dit soort programma’s te noemen. Het gaat veel te ver om het huidige vaccin programma in de media af te schilderen als overbodig. Mijns inziens is een dergelijke stap net zo gevaarlijk als het verplicht stellen van vaccinaties voor bepaalde beroepsgroepen.
    Wintergriep
    Het is mijn inziens nog veel te vroeg om de balans op te maken of er nu echt sprake is van een pandemische situatie in Nederland of Europa. De media heeft een belangrijke rol gespeeld in et verspreiden van het beeld dat we wellicht met honderd duizenden doden moeten regelen, alsof het zou gebeuren in de komende maanden. Een dergelijke voorspelling kan nog steeds uitkomen, maar niet op korte termijn. Ondanks dat in de laatste weken de pandemie in West Europa pas echt op gang is gekomen, moet je je realiseren dat de varkensgriep wereldwijd 95% van alle bestaande normale griep virussen heeft verdrongen en dat er momenteel twee grote haarden zijn: Noord Amerika en Australië/ Nieuw Zeeland. Als je dus een beeld wilt vormen over wat er mogelijk in Europa kan gebeuren gedurende de wintergriep periode, dan moet je je concentreren op wat er in die twee gebieden gaande is. Via het Internet is veel van dit nieuws te volgen: In Amerika en Canada zijn de voorspellingen uitgekomen dat het inderdaad openbare instellingen zoals onderwijs en het gezondheidszorg systeem volledig op zijn kop hebben gezet en in Nieuw Zeeland ligt momenteel 10% van de totale bevolking tegelijkertijd ziek op bed. Om op dit moment te veronderstellen dat de pandemie niet bestaat is mijns inziens een ernstige vorm van navelstaren. We moeten simpelweg rekening houden met de kans dat het ook bij ons voor de deur staat, maar misschien moeten we nog even wachten tot Februari voordat we conclusies trekken of we al dan niet geraakt worden. Daarnaast zal het vaccinatie programma een temperende werking hebben op de mogelijke ernst van de uitbraak, dus alle reden om ook de mogelijke horror scenario’s nog even voor je te houden. Dit geldt zeker voor politici. Het helpt niet echt als er met teveel nadruk de mogelijke consequenties keer op keer benadrukt worden. Het is vooral de rol van deskundigen om een realistisch beeld te scheppen EN het nieuws dat gepresenteerd wordt in de media moet gebaseerd zijn op feiten en niet teveel op voorspellingen en extrapolaties van veronderstellingen. De verdenking van die Indonesische minister van volksgezondheid Siti Fadilah Supari kan ik met de beste wil van de wereld niet serieus nemen zonder dat hiervoor ook maar het geringste bewijs tegenover staat. Dit soort berichtgevingen leidt af van wat er werkelijk gaande is, bijvoorbeeld van zijn politieke verantwoordelijkheid als minister. Het voorbeeld van President Ford toont aan dat je de presidentsverkiezingen kunt verliezen als je het publiek tracht te overtuigen door voor de camera je laat vaccineren. Carter doorzag dit heel goed en meldde dat hij het publiek niet wil beïnvloeden. Vaccineren is en blijft een vrije keuze, hoe belangrijk dit ook mocht zijn voor de samenleving.
    Rol van de media
    Ons journaille heeft een belangrijke rol als het gaat om meningsvorming en heel vaak maken ze zich met een “Jantje van Leiden” af. Ik begrijp heel goed dat het Nederlandse volk smult van de verhalen rondom Ab Osterhaus. Ik ben zelf van mening dat het op zijn zachtst gezegd niet echt handig is om zelfs de kleinste verdenking van belangenverstrengeling op je te laden, maar dat heeft mijn inziens helemaal niets te maken met zijn deskundigheid. De pandemie is simpelweg een te belangrijk onderwerp en de rol van het Erasmus MC als bron van informatie voor onze overheid is meer dan noodzakelijk. Nu Osterhaus publiekelijk is afgebroken, kan het grote speculeren beginnen.
    Tamiflu
    Over ‘zijn’ adviezen bijvoorbeeld om voor voldoende profylactische medicaties zoals Tamiflu op voorraad te houden. Er is helemaal niets mis met dit advies. Mocht het nodig blijken te zijn, dan kun je simpelweg niet ‘snel’ even een bestelling plaatsen, in de verwachting dat de volgende week de levering op de stoep staat. De grondstof voor Tamiflu is schaars en er wordt alleen geproduceerd wat er daadwerkelijk besteld wordt. Zonder bestelling, geen goederen. Zo werkt het, zeker in de pharma industrie en heel zeker als de productie capaciteit van Tamiflu voldoende is om slechts 5% van de wereldbehoefte te bedienen. Uitermate profitabel voor Roche overigens, die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid misbruik heeft gemaakt van haar positie. Waar ik me meer zorgen over maak dan over de houdbaarheid van Tamiflu is dat het alleen voor ontwikkelde landen in voldoende mate beschikbaar is.
    Gevolgen voor de samenleving
    Ik maak me (nog) niet zo bezorgd over de gevolgen voor gezonde mensen. Die zijn naar alle waarschijnlijkheid heel goed in staat om op hun natuurlijke afweer te vertrouwen. Waar ik me, op basis van wat er in Noord Amerika/ Australië/ Nieuw Zeeland echt zorgen over maak zijn de risico groepen: Zwangere vrouwen, kinderen en mensen met bepaalde gezondheidsproblemen zoals astma en overgewicht. Als de voorspellingen daadwerkelijk uitkomen dat slechts 50% van de mensen zich laten vaccineren, heeft het virus vrijspel om zich te verspreiden. Mensen die zich niet laten vaccineren worden drager en kunnen anderen infecteren. Afgaande op onderzoek in de gebieden waar het virus heeft toegeslagen, zijn op zijn minst zeer verontrustend: 25% van alle intensive care gevallen zijn gerelateerd aan Varkensgriep; bijna 50% van alle dodelijke slachtoffers zijn kinderen. Als dit soort situaties werkelijkheid worden in Europa, dan zijn ok bij ons de rapen gaar. Dan zullen discussies in Europa over al dan niet vaccineren niet langer de media domineren. Dan gaan de discussies waarschijnlijk over waarom de overheid niet meer heeft gedaan om ons voor te bereiden. Kijk je naar de gevolgen voor het bedrijfsleven, dan hoeft er maar weinig te gebeuren om bedrijven ‘over de rand’ te duwen. Geen geld om zich fatsoenlijk voor te bereiden en geen bank die bereid is om voorzienbare risico’s te overbruggen. Denk bijvoorbeeld aan de toerisme industrie in Mexico. Zo dood als een pier. Denk aan wat er met de horeca gebeurt als we daadwerkelijk publieke locaties gaan mijden. Denk aan evenementen en congressen. Denk aan sport evenementen, om een paar zaken te noemen. dichter bij huis? Denk aan voldoende blauw op straat. Denk aan het openbaar vervoer. Uit de lucht gegrepen? Ik weet het niet, maar het is iets waar we ons op moeten voorbereiden. Ik krijg morgen waarschijnlijk geen auto ongeluk, en toch doe ik mijn gordel om. Mijn huis zal morgen waarschijnlijk niet uitbranden, maar ik voel me toch veiliger met een brandverzekering. Just in case.
    Rol pharma industrie
    Maar waar ik mij werkelijk heel erg veel zorgen over maak is de situatie in ontwikkelingslanden. Denk aan wie de grootste risico groepen zijn en denk wat er met AIDS patiënten kan gebeuren. Dat lijkt me werkelijk een veel belangrijker onderwerp dan de rol van de pharma industrie. Die spinnen garen bij dit verhaal, dat is meer dan duidelijk. Dat was zo, dat is zo en dat zal altijd zo blijven. Toch vindt ik het moeilijk te begrijpen dat de dokter die een medicijn voorschrijft en daarmee een patiënt geneest gezien wordt als een held en de producent van het medicijn als een soort lijkenpikker die zijn geld verdiend aan de ellende van anderen.
    Harm Kiezebrink

      /   Beantwoorden  / 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.